De elf lijnen van de metro van Londen, the Underground, krijgen elk jaar een miljard gebruikers te verwerken. Dat aantal blijft jaarlijks stijgen. Hoe houd je in de gaten of de doorstroming nog wel soepel verloopt, en wat te denken van het monitoren van onderhoud? De eigenaar van de Londense metro, Transport of London, zet sinds vorig jaar in op de Internet of Things.

Transport of London heeft, samen met IT-dienstverlener Telent, sensoren geïnstalleerd in roltrappen, liften, aircosystemen en metrotunnels. Deze sensoren helpen de vervoersorganisatie veel beter in te schatten hoeveel mensen op welke plekken de metro instappen.

Deze aanpassingen zijn een gevolg van meer metrotreinen op de lijnen van de wereldberoemde Londense Underground. Daardoor kan de Underground meer capaciteit aan, maar de stations moeten die toestroom ook aankunnen. Op de nieuwste, en direct al, een van de drukste lijnen, de Jubilee lijn, wordt het systeem uitgetest. Daarbij wordt gebruik gemaakt van Microsoft Azure Intelligent Systems Services. Het helpt de vervoersorganisatie te zien hoeveel mensen er zijn. Dankzij een straalverbinding zijn ook machinisten van aankomende treinen op de hoogte van het aantal mensen op de perrons. Dat kan weer van belang zijn om rekening mee te houden bij het uitstappen.

Maar het koppelen van dit soort informatie is ook handig voor gebruikers. De info wordt gebruikt in apps, zoals the Tube Map app die live reisinformatie laat zien. Bovendien is het sinds eind vorig jaar mogelijk dat klanten met een smartphone en NFC-chip (Near Field Communication) met hun telefoon betalen voor hun metroreis.

Voor de vervoersorganisatie is vooral belangrijk dat de gegevens van de sensoren goed vertaald kunnen worden naar de staat van onderhoud van roltrappen, toegangshekjes, perrons en rails. Omdat al die gegevens realtime verzameld worden, loopt volgens Microsoft die besparing al naar dertig procent per jaar. En dat tikt hard aan bij ’s werelds beroemdste metro.