Het kabinet heeft het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) opgesteld om de kwaliteit van de leefomgeving aanzienlijk te verbeteren. De belangrijkste bronnen van luchtverontreiniging zijn verkeer, energievoorziening, industrie, landbouw en huishoudens. Oplossingen om de luchtkwaliteit in Nederland te verbeteren liggen vooral in de aanplant van meer groen.

Planten en bomen dragen aanzienlijk bij aan de verwijdering van fijnstof, schadelijke oxiden en ozon uit de lucht. In een onderzoek van Alterra werd vastgesteld dat bijna de gehele productie aan fijnstof van een autoweg door het proefgebied werd weggevangen door de aanwezige vegetatie. Ook een Amerikaans onderzoek liet zien dat bomen tonnen aan fijnstof kunnen wegvangen.
Hoe het werkt? Beplanting verlaagt de achtergrondconcentraties van fijnstof en NO2. De laatste jaren zijn er met diverse soorten beplanting en beplantingsvormen als luchtfilter proeven gehouden. Naast bomen
en heesters bleek dat ook mos en vetplanten fijnstof kunnen opvangen en vasthouden.

Maar het hoeven niet enkel bomen en planten in de grond te zijn, die hun werk doen. Ook dak- en gevelbegroeiingen kunnen fijnstof opnemen. Uit onderzoek van Universiteit Wageningen blijkt dat 100 m2 begroeid oppervlak per jaar ongeveer 100 gram fijnstof kan opnemen. Vanwege de positieve effecten stimuleren lokale overheden daarom dak- en gevelbegroeiing met diverse subsidies en regelingen. Die begroeiing kan bestaan uit vetplantjes (sedum), kruiden, mos en/of gras. Maar ook struiken en bomen zijn te gebruiken. In een zeer drukke stedelijke omgeving met veel verkeer moet de beplanting echter wel voldoen aan specifieke voorwaarden om de luchtkwaliteit niet negatief te beïnvloeden.Dat stelt het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte CROW in 2012.

Bronnen: LTO Vakgroep Bomen en Vaste Planten, VHG, de branchevereniging voor ondernemers in het groen en Anthos, de Koninklijke Handelsbond voor Boomkwekerij- en Bolproducten.