Dankzij de enorme hoeveelheid data die via internet beschikbaar is, kan het vervoer in steden, maar ook rondom steden en op het platteland een stuk slimmer en goedkoper geregeld worden. Succesfactor is het slimmer koppelen van vraag en aanbod. Dat zegt Carlo van de Weijer, hoofd van de afdeling smart mobility aan de Technische Universiteit Eindhoven.

Big Data, ofwel de grote hoeveelheid van internetgegevens, helpt nu al om vervoer beter te regelen. De nieuwste auto’s zijn echte datageneratoren, zo zegt Van de Weijer. “In de huidige auto’s zitten steeds meer computers, Electronic Control Units geheten. Al die systemen verzamelen informatie. Over positie, snelheid, gladheid en regen, uitstoot van CO2. Die data kunnen veel bijdragen aan het beter maken van mobiliteit.”
Big Data, ofwel de grote hoeveelheid van internetgegevens, helpt nu al om vervoer beter te regelen. De nieuwste auto’s zijn echte datageneratoren, zo zegt Van de Weijer. “In de huidige auto’s zitten steeds meer computers, Electronic Control Units geheten. Al die systemen verzamelen informatie. Over positie, snelheid, gladheid en regen, uitstoot van CO2. Die data kunnen veel bijdragen aan het beter maken van mobiliteit.”
Het is de kunst die informatie zo te gebruiken dat vraag en aanbod op elkaar aansluiten. “In een smart city is het vervoer vraaggestuurd en niet aanbodgericht; dus niet een bus bij een paal laten stoppen, maar meer gebruikmakend van Uber-achtige vervoersmogelijkheden”, vertelt Van de Weijer. Hij reist veel in het buitenland, zoals onlangs nog in San Francisco en dichterbij in Brussel. “En ik reis daar altijd met Uber. Ik heb zeker begrip voor de situatie van taxichauffeurs, maar deze ontwikkeling is niet tegen te houden. Omdat heel veel mensen smartphones hebben, is een Uber-taxi makkelijk te bestellen: het is direct duidelijk wie je krijgt als chauffeur en je hebt al betaald voor je rit. Foppen door de taxichauffeur is er niet meer bij en fooi geven hoeft niet.”

Er zijn ook andere voorbeelden van wat hij noemt ‘uberficatie’: in Frankrijk bijvoorbeeld wordt BlaBla-car veel gebruikt voor lange autoritten, vertelt Van de Weijer. Langzaam verovert deze innovatie ook Nederland. “Het is de moderne variant van liften. Via je smartphone of website geef je waar je naar toe wilt en van waar je komt. Je reserveert een zitplaats en je spreekt een ontmoetingsplaats af. En je betaalt de chauffeur een afgesproken bedrag, dat vele malen lager is dan voor het OV.”

Bij al deze voorbeelden is de koppeling tussen vraag en aanbod in combinatie met het gebruik van internetdata de succesfactor. Omdat veel mensen een smartphone hebben, is immers goed te zien waar men zich begeeft. Dat kan ook interessant zijn om het verkeer beter te regelen, maar dat vraagt van overheden een veel flexibelere houding dan ze nu hanteren, vindt Van de Weijer. “Op dit moment besteden veel steden geld aan geleidingsborden, om bijvoorbeeld bezoekers naar parkeerplaatsen rondom de binnenstad te begeleiden. Nergens voor nodig, want auto’s zijn uitgerust met navigatiesystemen. Dáár moet de informatie aan doorgegeven worden. Hetzelfde geldt voor verkeerslichten. Men rijdt liever direct door groen licht. Als je op je navigatiesysteem ziet waar je sneller door de stad kunt gaan, vanwege de te verwachten verkeerslichten op groen, dan neem je die weg automatisch. Die gegevens zouden beschikbaar moeten komen.”

Want, zo stelt Van de Weijer, het verkeer managen via matrixborden en andere begeleidingsborden is duur en snel overbodig. “In India en Brazilië slaan ze deze stap al over en gaat de informatie allemaal via smartphones. Wij hebben last van de remmende voorsprong; ik noem dit soort investeringen langs en op de snelwegen dan ook ‘investeren in Tipp-ex’: mooie techniek, maar niet meer nodig.”